Boos
,,Jaaa!" roept Jeroentje wanneer Erik
beneden komt.
„Istie weer!" Jeroentje heeft een rijtje plastic blokken
voor zich op de grond en kijkt met een blij lachje naar
zijn grote neef.
Maar Erik is helemaal niet blij. Kwaad duwt
hij het
kapotte stripboek en de restjes van zijn tekening
onder Jeroentjes neus. „Dat mag niet! Stom joch!"
„Nee," schudt Jeroentje meteen heel schuldig
zijn
hoofd, „magge niet Joentje. Neenee, magge niet."
Hij zegt het heel ernstig. Maar toch zo dat Erik zeker
weet dat hij het meteen weer doet, als hij de kans
krijgt.
Jeroentje vindt blijkbaar dat het zo ook wel
mooi
genoeg is. Hij krabbelt overeind en gaat er als een
opwindautootje vandoor. In zijn hand heeft hij een
zuigflesje met limonade. Daar schudt hij zo druk mee
heen en weer dat de limonade overal terechtkomt,
behalve in Jeroentjes mond.
„Wijje pele?" roept hij naar Erik.
Spelen zal hij wel bedoelen en dat wil Erik
zeker
niet. Hij zit boos op de bank en kijkt naar Jeroentje,
die telkens rondjes om het tafeltje rent. Zijn zuigflesje
lijkt wel een tuinsproeier.
„Wijje pele?"
„Ga weg!" bromt Erik.
„Hè, Erik," zegt Bob vanuit de keuken, „doe
niet zo
onaardig tegen Jeroentje."
„Onaardig?" roept Erik woedend terug. „Ik
onaar-
dig? Wie is hier onaardig? Wie scheurt al mijn strips
aan stukken, hè? Nou? En mijn tekeningen? En heb je
gezien wat hij met mijn lego heeft gedaan?" Hij pakt
het stripboek dat nu toch al kapot is en smijt het door
de kamer. „Waarom stuur je dat joch niet naar een
dierentuin?"
„Erik! Hou op!"
„Nee! Ik hou niet op!" Hij pakt een
stripboek dat
nog helemaal goed is en smijt het er achteraan. De
bladeren wapperen wild uit elkaar. Als een vogeltje
met te zware vleugels stort het boek op de grond.
Gescheurd.
„O, nee hè!" Erik laat zich op de bank vallen.
Jeroentje heeft het allemaal met grote
verbaasde
ogen bekeken en komt nu stilletjes naar hem toe. Ter-
wijl de limonade in het rond sproeit, klimt hij op de
bank en gaat naast Erik zitten. „Ejik huijje?" vraagt hij
voorzichtig.
„Ach," zegt Erik en kijkt de andere kant op.
Jeroentje laat zich snel van de bank
glijden, loopt
om Eriks benen heen en gaat aan de andere kant weer
zitten. Hij kijkt Erik recht aan en legt een warm
handje op zijn arm. Het handje kleeft.
Erik probeert zijn hoofd weer om te draaien,
maar
op datzelfde moment voelt hij iets raars tegen zijn
lippen. Iets erg plakkerigs. Het is de speen van
Jeroentjes flesje. „Getsie!" Erik sputtert met zijn
lippen om de smerige smaak kwijt te raken.
